De start-up en downs van 2016

Frank: Ze kwam ver, maar de ambitie van Neelie Kroes om StartupDelta na anderhalf jaar op te heffen bleek iets te prematuur. Gelukkig nam Prins Constantijn haar plaats in. Start-ups kregen ‘royal approval’ en mijn Twitter-account werd overspoeld met foto’s van de vlotte prins met ondernemers. Constantijn opent deuren naar de top van het bedrijfsleven: chapeau! Minstens zo blij werd ik van PvdA-coryfee Willem Vermeend als fintech-ambassadeur. Vermeend is sowieso een toffe peer, maar ik vind het vooral belangrijk dat er aandacht wordt gegeven aan veelbelovende technologieën. Wat mij betreft worden er meer ambassadeurs benoemd voor radicaal nieuwe technologieën: om regelgeving, markt en start-ups op elkaar af te stemmen! Ik denk aan nanotech, biotech, robotica of duurzaamheid.

ERVARING EN KENNIS

Slinger: 2016 bleek het jaar van intrapreneurship, de corporate start-up. Plots moet elk bedrijf op een businessmodel-cursus, een eigen incubator en een ideeënbus 2.0. Dat werkt. Nieuwe werknemers gaan naar oude bedrijven vanwege het ‘innovatieve klimaat’ en de ‘slagkracht van de grote partijen bij het realiseren van nieuwe ideeën’. KPN, de grote consultants en zelfs de overheid weten met slimme interne innovatieprogramma’s de knapste koppen binnen te halen en te houden. Laten we ze kritisch in het oog houden. Komt de volgende Tesla niet van een zolderkamer maar uit een kantorenpark?

Neutraal

POPULISME EN DE KLOOF

Frank: Het Oekraïne-referendum, de Brexit en Trump. 2016 was een voorlopig hoogtepunt voor het populisme. Innovatief ondernemerschap staat niet hoog op populistische prioriteitenlijstjes. Start-ups zijn immers een hobby van de verfoeide hoogopgeleide elite. Lager opgeleiden verliezen hun baan en zekerheden. Ik was deze zomer in San Francisco, waar op een steenworp afstand van het chique Union Square de straten vol liggen met zwervers. Wie kan in deze stad nog een woning betalen? Ook in Amsterdam en Utrecht worden huizen onbetaalbaar. Ik verwacht niet dat Trump of Wilders deze problemen oplossen, maar het populisme laat wel zien dat een start-up-economie niet alleen voor hoogopgeleide programmeurs en consultants moet zijn.

SCALE-UP-BELEID?

 Chris: Met het doorgeven van het StartupDelta-stokje aan Constantijn kwam er meer aandacht voor scale-ups. Deze kleine groep snelle groeiers — of Gazellen zoals ze in deze krant vaak genoemd worden — levert namelijk een disproportioneel groot aantal banen op. Geweldig. Het probleem is alleen dat er geen specifiek beleid op te ontwikkelen is. Het is namelijk op voorhand niet te zeggen welke bedrijven scale-ups worden. Bovendien is de kans dat een scale-up het volgende jaar weer met 20% groeit net zo groot als de kans dat een willekeurig bedrijf diezelfde groei ziet. Uiteraard hebben bedrijven voldoende kapitaal nodig, goed opgeleide mensen, ondernemersvaardigheden en nieuwe kennis om mee te innoveren. Het is goed om ervoor te zorgen dat dit soort zaken op orde zijn, maar dat inzicht is niet nieuw.

PIONIERS UP AND DOWN

 Slinger: Voor start-ups is nu toch echt wel sprake van het einde van het begin. Over het einde van de start-up-hype mogen we nog niet spreken. Wat we wel zien is dat de pioniers van de hype ongekende proporties hebben aangenomen en bij bosjes worden opgekocht en samengevoegd. Wat te denken van LinkedIn, dat dit jaar is overgenomen door Microsoft. Ik weet nog goed dat ik dacht: ‘eindelijk een sociaal netwerk met echte waarde.’ Zo dacht Microsoft er ook over, voor $26 mrd. En dan Yahoo: jarenlang het lievelingetje van Silicon Valley, maar door de jaren steeds minder innovatief en steeds meer een portfolio van half bekende, gedateerde producten. De grote verliezer in dit rijtje? Twitter lijkt maar geen winstgevend model te kunnen vinden en niet goed aan te kunnen sluiten bij de gevestigde orde. Wellicht zijn 140 karakters toch onvoldoende om te zeggen wat je w…

Negatief

DE WET WERK EN ZEKERHEID

Frank: 2016 liet zien dat vaste banen vaster worden en flexibele banen nog flexibeler. De Wet Werk en Zekerheid van — inmiddels PvdA-lijstrekker — minister Asscher bleek een blok aan het been van ambitieuze start-ups. Zij kunnen zich geen transitievergoedingen veroorloven, of werknemers in vaste dienst nemen in onzekere tijden. Het is nu voor hoogopgeleid talent nog aantrekkelijker geworden om een vaste baan te nemen bij een multinational dan om te gaan werken bij een start-up. We hebben juist dit talent nodig om van innovatieve start-ups een succes te maken. Gelukkig willen veel politieke partijen de wet radicaal aanpassen. D66 wil zelfs alle banen vast maken. Een interessant idee, maar de vraag is dan: hoe vast is vast? En natuurlijk: wat doet Asscher?

CONCURRENTIE TUSSEN REGIO’S

Chris: Ik ergerde mij in 2016 aan de concurrentie tussen regio’s. Start-ups in de creatieve industrie moeten bijvoorbeeld allemaal naar Amsterdam, en start-ups in Life Sciences naar Leiden — of was het andersom? Regionale ontwikkelingsmaatschappijen doen gretig mee. Ze investeren in je, mits je je start-up vestigt in het betreffende landsdeel. Zo sprak ik een start-up die daarom al verschillende malen verhuisd was: vanuit de Randstad via Brabant naar Gelderland. Dit moeten we niet willen. Geld is aanlokkelijk, maar waar start-ups echt bij gebaat zijn, is een goed netwerk. Naast de kosten van het verhuizen, hindert deze concurrentie dus ook de opbouw van zulke netwerken.

WEG MET LIFESTYLE-ONDERNEMER

Slinger: De lifestyle-ondernemer mist nooit een hackathon, heeft altijd vier pitchdecks paraat en heeft louter disruptieve ideeën. Hij — het zijn vaak mannen — ontkurkt bij elke Series A-funding de champagne, zelfs als hij niet is uitgenodigd. Hij prikt graag een vorkje mee, want hij heeft even een negatieve cashflow, maar de boot met geld kan ieder moment aankomen. Maar als je naar de agenda van deze superondernemer kijkt, dan zie je de waarheid: hij doet de hele dag niets om zijn start-up op te bouwen en wil pas zijn nek uitsteken als er een miljoen vreemd geld op tafel ligt. Nee, ondernemend Nederland. Dit noemen we een charlatan. Weg met de lifestyle-ondernemer!

Voor 2017: geef ze de ruimte

In 2017 zullen start-ups een nog belangrijkere rol gaan spelen bij innovatie. We verwachten veel van augmented reality (denk aan Pokémon Go!), de deeleconomie (SnappCar), kunstmatige intelligentie, drones en lokale energiecollectieven.

Onze vraag aan de overheid: geef ondernemers de ruimte! Laat ze experimenteren met nieuwe technologie, zoals zelfrijdende auto’s. Verruim, indien nodig, tijdelijk de regelgeving. En corporate Nederland: omarm start-ups als innovatiemachine, maar knuffel ze niet dood. Nieuwe technologie en nieuwe businessmodellen liggen nu nog vaak buiten de eigen competenties, maar start-ups kunnen helpen! Ten slotte onze oproep aan start-ups: shockeer, innoveer, verstoor, inspireer en maak deze wereld nog beter!

Uw lerende kind continu bekeken

Op het podcastkanaal Note to Selfluisterde ik vorige maand naar een verhaal over AltSchool. AltSchool is een start-up uit Silicon Valley die basisonderwijs biedt. Kenmerkend voor AltSchool is de persoonlijke aanpak, mogelijk gemaakt door een verregaande inzet van informatietechnologie.

Nu hoor ik u denken: in Nederland hebben we toch Steve Jobs-scholen? Daar kunnen kinderen ook met behulp van een ‘tablet’ persoonlijk onderwijs volgen.

AltSchool en Steve Jobs-scholen vertonen inderdaad behoorlijk wat overeenkomsten. Naast de digitale leermiddelen is er op beide scholen veel aandacht voor creativiteit, en zitten kinderen van verschillende leeftijden bij elkaar in de klas. De voortgang wordt uiteraard digitaal bijgehouden en ouders worden veel bij het onderwijs betrokken via apps.

Toch gaat AltSchool naar mijn mening een stuk verder dan Steve Jobs-scholen. Het personeelsbestand hint hier al een beetje naar. Er werken net zoveel ‘techies’ als onderwijzers. Op AltSchool-scholen wordt namelijk alles bijgehouden en opgenomen. Dit komt terecht in het kindvolgsysteem, genaamd Learning Progression. Dit registreert de achtergrond van de kinderen, de voortgang, de scores van taakjes, notities van de leerkracht, etc. En niet alleen dat: er staan continu videocamera’s en microfoons aan om specifieke sociale situaties en didactische momenten of conflicten terug te kunnen kijken, of te uploaden naar het profiel van het betreffende kind.

Zo ontstaat met al deze data een uitgebreid profiel van elk kind, waarbij niet alleen de progressie met rekenen en taal, maar ook de sociaal-emotionele voorgang wordt bijgehouden. En dit zonder dat de leerkracht urenlang aan het nakijken en rapporteren is. Met slimme algoritmes kunnen vervolgens niet alleen gepersonaliseerde analyses worden gemaakt van en voor elk kind, maar kan ook het onderwijs zelf worden geoptimaliseerd. Als je maar genoeg data hebt, kun je precies nagaan waarvan welk kind het meest vooruit gaat. Ik zie hiervan wel de potentie.

Toch verwacht ik dat we nog wel even bezig zijn voor we een definitief oordeel kunnen vellen over deze aanpak. Als vader van twee denk ik ook meteen aan de veiligheid en de privacy van mijn kinderen. Ook zou ik er niet gerust op zijn als de school van mijn kinderen een commercieel bedrijf is. In AltSchool is recentelijk meer dan $100 miljoen geïnvesteerd. Als de bedrijfsresultaten tegenvallen, wat doen de eigenaren dan met de data van mijn kind?

Bij de investeerder in de keuken

Wanneer ik met start-up-ondernemers spreek, blijkt dat zij investeerders vaak vooral als een zak geld zien die zich, als het ineens tegen zit, ook nog met de business gaat bemoeien. En dat terwijl investeerders start-ups nuttige informatie kunnen bieden. Maar welke investeerder heeft de beste en meest betrouwbare informatie voor jouw start-up? Welkom bij Investor Kitchen, waarin niet de start-up, maar de investeerder beoordeeld wordt.

Investeerders blijven op de hoogte via samenwerkingsrelaties met collega-investeerders. Ze horen over veranderende regelgeving, nieuwe potentiële klanten of kansrijke uitbreidingsmogelijkheden in het buitenland. Dit soort voorkennis kan jou als start-up een belangrijk voordeel opleveren.

Tegelijkertijd kan inside information vaak onbetrouwbaar, incompleet en vaag zijn. Bijvoorbeeld: zal die stimulans voor elektrische auto’s er nu dit jaar of pas volgend jaar komen? Of die opkomende concurrent uit Eindhoven: zitten daar een beetje goeie mensen achter? En moet je om de Braziliaanse biobased economie te veroveren in São Paulo beginnen, of juist in Rio? En wie moet je zeker kennen? Onjuiste interpretatie van voorkennis door de investeerder kan jou als start-up totaal de verkeerde kant op sturen.

Recent onderzoek van Anne ter Wal en collega’s laat zien dat voor een goede interpretatie van inside information het netwerk van de investeerders belangrijk is. Goede netwerken bieden tegelijkertijd toegang tot gevarieerde informatie en de mogelijkheid om deze informatie te controleren: variatie en verificatie dus.

Variatie en verificatie worden bepaald door twee aspecten van het netwerk: verbondenheid (kennen de investeerderscontacten elkaar?) en specialisatie (investeert iedereen in dezelfde sectoren?). In gesloten, gespecialiseerde netwerken krijgen investeerders te weinig nieuwe informatie tot zich. In open, gediversifieerde netwerken kunnen investeerders de nieuwe informatie niet controleren. De betere netwerken van de investeerder zijn open én gespecialiseerd, of juist gesloten én divers.

En het oordeel? Als je op zoek gaat naar een investeerder, verdiep je dan in zijn of haar netwerk. Vraag met welke andere investeerders ze hebben samengewerkt, en in welke sectoren ze actief zijn. Dit bepaalt of de informatie die de investeerders je bieden waardevol en betrouwbaar is. Geld is er genoeg, maar goed advies is van onschatbare waarde.

Utopie voor duurzame start-ups

Op het recente Betweter Festival in Utrecht vroeg geesteswetenschapper Dan Hassler-Foret zich hardop af of we ons nog wel een alternatieve samenleving kunnen voorstellen. Sinds het einde van de Koude Oorlog wordt het kapitalisme, tegenwoordig in de vorm van het neoliberalisme, volgens hem nauwelijks nog uitgedaagd door alternatieve systemen.

Toch is hier wel behoefte aan is. De grote uitdagingen van deze tijd, zoals het klimaatprobleem, vragen om verregaande aanpassingen van regels en gewoonten, en waarschijnlijk om een compleet andere inrichting van onze samenleving. Daarvoor moeten we niet te veel vastgeroest blijven in de huidige manier van denken over de inrichting van de maatschappij.

Voor verandering kijken we vaak naar innovatieve start-ups. Zij laten zich niet beperken door dat wat er op dit moment normaal is. Neem bijvoorbeeld MUD Jeans, dat spijkerbroeken uitleent aan haar klanten, in plaats van verkopen, en bij inname de broeken volgens de uitgangspunten van cradle-to-cradle recyclet. Of denk aan de mensen die onafhankelijk willen zijn van centrale elektriciteitsvoorzieningen en een lokale, duurzame energiecoöperatie opzetten. Met dit soort initiatieven stellen ze de norm ter discussie en maken ze de weg vrij voor anderen.

Ik geloof sterk in het vermogen van start-ups om zo bij te dragen aan het oplossen van maatschappelijke problemen. Maar de aanpassing van de samenleving verloopt traag. De richting is ook niet altijd duidelijk. Dit heeft alles te maken met de onzekerheid over de gevolgen van verandering.

Op zo´n moment helpt het om te praten over fundamenteel alternatieve manieren om de samenleving in te richten: hoe zien die eruit en wat zijn de voor- en nadelen? Hoe zou een utopie voor duurzame start-ups er bijvoorbeeld uitzien?

Mogelijk omvat dit een ultiem de-vervuiler-betaalt-principe via een hoge prijs op CO2 en grondstoffen. Maar misschien ook wel een parallelle duurzaamheidsmunt voor het kopen en verkopen van 100% duurzame producten. Of één dag per week beschikbaar stellen voor iedereen om met duurzame innovaties bezig te zijn.

Om dit soort alternatieve systemen uit te werken en te discussiëren over de gevolgen moeten we natuurlijk veel verder gaan. Geesteswetenschapper Dan Hassler-Foret refereerde in Utrecht aan de creatieve industrie waaruit inspiratie geput kan worden. Ik kijk uit naar de eerste serie op Netflix die zich afspeelt in een utopie voor duurzame start-ups.

Grote klasjes, kleine klasjes

Accelerators blijven onverminderd populair. Dit najaar starten onder meer een ‘hightech hardware accelerator’ in Eindhoven en een e-commerceprogramma van Startupbootcamp in Amsterdam. En hoewel het voor de organisatoren spannend is of zich goede start-ups zullen aanmelden, zitten de klasjes eigenlijk altijd vol.

De belofte van deze programma’s is dat ze start-ups succesvol maken, in ruil voor een deel van de aandelen. Accelerators investeren in de toegelaten start-ups en lijken er een nette boterham mee te verdienen. Toch blijft er scepsis, al is die meestal gebaseerd op onderbuikgevoelens. Maar Start-up Insights zou Start-up Insights niet zijn als we hier genoegen mee zouden nemen.

Recent onderzoek van Amerikaanse collega’s analyseert waarom accelerators misschien toch niet zo efficiënt zijn als het lijkt. De grootte van de klasjes blijkt hierin bepalend.

Op het eerste gezicht lijken grotere klasjes (twintig tot veertig start-ups) goed voor de accelerator. De verwachte baten die voortkomen uit een extra start-up zijn namelijk groter dan de marginale kosten. Maar de ondernemers zitten liever in kleine klasjes (twee tot vijf) waarin ze meer aandacht krijgen. Het aandelenpercentage dat accelerators daarom kunnen vragen aan start-ups in grotere klasjes is in de regel lager (2 tot 5%) dan in kleine klasjes (10 tot 12%). Omdat het aandelenpercentage sneller afneemt dan de klasgrootte kan toenemen, zijn accelerators geneigd klasjes klein te houden.

Maar hoewel start-ups ook graag in kleine klasjes zitten, is het nadeel van een extra bedrijfje in de klas vrij klein voor de overige start-ups vergeleken met het voordeel voor de start-up die mag aanschuiven. Grotere klassen zouden dan ook de gezamenlijke toegevoegde waarde voor de start-ups vergroten. Daarom suggereren de onderzoekers om de accelerators via sponsoring te verleiden de klasjes iets groter te maken. Het risico van de accelerators wordt met deze sponsoring verlaagd, waardoor ze genoegen kunnen nemen met kleinere percentages.

Nederlandse accelerators lijken de implicatie van het onderzoek vaak al te volgen. Achter de accelerator in e-commerce van Startupbootcamp zitten onder andere Marktplaats en Rabobank, en achter Hightech XL zitten ASML en de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij. Hoewel deze corporate en publieke sponsoring in principe goed is voor de start-ups, verwachten sponsoren er wel iets voor terug. Denk onder meer aan informatie, investeringsmogelijkheden en innovatieve producten. Hoe hun kosten en baten de dynamiek beïnvloeden is een interessante vraag voor vervolgonderzoek.

Sport-ups richten zich op recreant

We hebben deze zomer weer volop kunnen genieten van prachtige sportevenementen. Het is mooi om sporters tot het uiterste te zien gaan voor de winst. Steeds vaker worden ze daarbij geholpen door start-ups die slimme sensoren, materialen of analyses maken. Stages Cycling uit het Amerikaanse Boulder levert bijvoorbeeld de trappers van wielerhelden als Froome. Daarin zitten sensoren om continu het geleverde vermogen te meten. Een ander voorbeeld is SciSports uit Twente, dat via big data en algoritmes de prestaties van voetbalspelers objectief vaststelt. Aan de hand van die data adviseren ze clubs en coaches van profclubs.

Start-ups scoren goed in de topsport. Sport wordt namelijk steeds analytischer en trainers, coaches en sporters gebruiken meer en meer technologie om net die paar tienden procenten beter te worden. Meten is weten en daar kunnen start-ups met slimme sensoren en algoritmes een belangrijke bijdrage aan leveren. We zien dan ook overal ‘sport-accelerators’ en sport-investeringsfondsen om deze belofte waar te maken.

Volgens technologiewebsite Techcrunch werd vorig jaar voor $ 2,8 miljard geïnvesteerd in sportieve start-ups. In Eindhoven begint eind deze maand de derde groep start-ups in de ‘Sport eXperience’-accelerator. Op AngelList.co vind je ruim 4400 sportgerelateerde start-ups.

Maar lang niet al deze ‘sport-ups’ richten zich op topsport. Het blijkt zelfs erg lastig voor jonge bedrijven om de topsport te bereiken. Ondanks alle media-aandacht is de topsportmarkt klein. En hoewel er veel geld in omgaat, is er weinig ruimte voor experimenteren met nieuwe technologie van onbekende spelers. Daarom richten de meeste sport-ups hun pijlen op recreanten en fans. Ze ontwikkelen sport-apps, sportdatatools, fancommunities, sportkleding, sportreclame, fantasiesportgames en sportanalyses. En eigenlijk is dat best slim. Recreanten en fans zijn namelijk trouw aan hun sport en hun idolen, wat leidt tot trouwe klanten. Bovendien is deze markt vele malen groter.

Neem Stryd, dat het ‘goud’ pakte op de Global Sport Innovation Competition, die vorige maand ook in Rio werd georganiseerd. Stryd heeft een meter ontwikkeld voor op de schoen die sporters helpt om van alles en nog wat bij te houden tijdens het hardlopen. Dat is minder heroïsch dan een bijdrage leveren aan Olympisch goud, maar voor menig sport-up is succes in de recreantenmarkt het hoogst haalbare.

De maatschappelijke waarde van Pokémon Go

Pidgey, Magikarp en Tentacool! Het zijn enkele van mijn vangsten in het immens populaire spel Pokémon Go! Met 20 miljoen actieve spelers is deze game dé hit van deze zomer. Het spel brengt mensen met elkaar in contact op straat, in café’s, winkels, musea en in de natuur. Ook brengt het gebruikers in aanraking met augmented reality-technologie, en is het een voedingsbodem voor innovatie.

Er zijn ook nadelen. Pokémonjagers geven regelmatig overlast aan niet-gebruikers, zoals bij Kijkduin, ziekenhuizen of uw eigen achtertuin. Helemaal ongevaarlijk is het spel ook niet. Tijdens mijn eigen Pokemonjacht ben ik twee keer bijna aangereden door een bus. De positieve en negatieve gevolgen doen mij afvragen wat de maatschappelijke waarde is van een product als Pokémon Go. Hoe kan je die vergroten?

Het succes van start-ups wordt vooral afgemeten in economische waarde. Die zit wel snor: maker Niantic wordt gewaardeerd op $3,5 mrd. Maar dit soort start-ups heeft vaak ook een aanzienlijke sociale, ecologische of technologische impact. Vaak nemen start-ups én hun investeerders niet de moeite om deze gevolgen goed in kaart te brengen.

Pokémon Go lijkt vooral sociale, technologische en economische gevolgen te hebben, en een vrij beperkte ecologische impact. Ik schat in dat dit innovatieve spel meer maatschappelijke waarde heeft dan spelletjes als Candy Crush. De maatschappelijke waarde zou echter nog groter zijn als Niantic vooraf beter rekening gehouden had met de negatieve impact van Pokémon Go.

Als we willen dat start-ups verder kijken dan het eigen economisch resultaat, dan moeten zij zich vooraf bewuster worden van hun maatschappelijke impact. Dit kan bijvoorbeeld via incubatieprogramma’s. Verder kan slim overheidsbeleid start-ups motiveren om maatschappelijke waarde te creëren, en waardeverlies te beperken. Om deze ideeën te onderzoeken hoop ik financiering te krijgen van het NWO-programma Maatschappelijk Verantwoord Innoveren. Het gaat dan niet om Pokémon Go, maar om maatschappelijk relevante IT-start-ups op het gebied van energie, transport, gezondheid en sociale media.

Als u net zo enthousiast bent als ik, dan kunt u meedoen door advies te geven, te helpen met valoriseren of de benodigde middelen bij te dragen. Dat geeft hopelijk meer maatschappelijke waarde dan jagen op Pokémon.

Ouders, laat uw kind netwerken!

Je kunt er niet vroeg genoeg mee beginnen. Dit moet men bij het start-up-bootcamp gedacht hebben toen werd besloten een Startup Kids Zomerkamp te organiseren.

Als uw kinderen tussen 10 en 12 jaar oud zijn, kunnen ze in augustus een week ‘samen ideeën bedenken, dromen waarmaken, plezier hebben, vrienden maken, vloggen, bloggen, creatief zijn, teamwerk, gamen en coole dingen bouwen.’ De overnachting is niet inbegrepen, maar u bent van harte welkom op de demoday op vrijdag. Kosten: € 250, al met al een bescheiden bedrag om uw kind op te leiden tot miljardair.

Startup Kids is tekenend voor de huidige start-uphype, waarin incubator- of accelerator-achtige programma’s ons om de oren vliegen. De grote vraag is of dit allemaal tot beter presterende start-ups leidt. Eenduidig wetenschappelijk bewijs hiervoor ontbreekt. Daarom hebben wij van Start-up Insights zelf onderzoek gedaan onder 859 start-ups in West-Europa en Noord-Amerika. Als prestatiemaat keken we naar opgehaald geld in de vorm van investeringen, leningen, subsidies, et cetera. Deze maat is vooral ­populair onder incubators die snelle groei willen bewerkstellingen.

En wat blijkt: het werkt. Start-ups die in een incubator zitten of zaten, hebben twee keer zoveel kans om meer dan € 100.000 op te halen als hun collega’s die het zonder incubator doen (zie kader). Het is dat ik geen kinderen heb, anders wist ik wel wat ze zouden doen deze zomer.

De literatuur geeft twee mogelijke verklaringen voor het resultaat. Enerzijds leren start-ups van de feedback, coaching en ‘ideation’-sessies in incubators, en gaan daardoor beter presteren. Maar hiervoor vinden wij, alle moeite ten spijt, geen bewijs.

Anderzijds kunnen start-ups via hun incubator-netwerk in contact komen met investeerders en andere geldschieters. Deze hypothese wordt ondersteund. Ondernemers die niet in een incubator zitten, maar via hun eigen netwerk toegang hebben tot financiers, halen evenveel geld op als hun collega’s die in een incubator zitten of ­zaten. De incubator is dus niet voor iedereen nodig, maar nuttig voor velen.

De Startup Kids gaan ongetwijfeld een prachtige week tegemoet, met veel ‘fun’ en ‘coole activiteiten’. Maar de belangrijkste activiteit is netwerken: vriendjes maken dus. Dit kan bij Startup Kids, maar ook aan het strand of op de camping.

Het mysterie van de scale-up

In mei kondigde minister Henk Kamp van Economische Zaken aan dat Start­upDelta een vervolg krijgt. In zijn brief aan de Tweede Kamer benadrukte hij naast het belang van start-ups ook de rol voor scale-ups. Dit zijn bedrijven die gedurende drie jaar minstens 20% groei laten zien in termen van omzet of personeel, en aan het begin van die periode minstens tien werknemers hebben. Het FD hanteert een vergelijkbare definitie voor hun Gazellen (zie kader).

Of je het nu scale-ups of Gazellen noemt, er is alle reden voor aandacht voor deze snelgroeiende groep bedrijven. Zij leveren namelijk een disproportioneel grote bijdrage aan de werkgelegenheid. Ze vormen slechts 6% van het totale aantal bedrijven, maar zijn verantwoordelijk voor meer dan de helft van alle nieuwe banen. Geen wonder dat beleidsmakers gecharmeerd zijn van scale-ups.

Maar wie zijn deze scale-ups dan precies? Ondanks veel onderzoek blijft dat op voorhand lastig te zeggen.

Veel snelle groeiers zijn juist oud en niet-innovatief. Je vindt ze minstens zo vaak in de dienstensector als industrie

Hoewel ze iets vaker jong en innovatief zijn (criteria die vaak genoeg ook worden gebruikt voor start-ups), zijn heel veel snelle groeiers juist oud en niet innovatief. Scale-ups vind je minstens net zo vaak in de dienstensector als industrie, net zo vaak in de hightech als in de niet-high-tech, en ze zijn nagenoeg net zo vaak groot als klein. Ook op basis van resultaten uit het verleden zijn de scale-ups van volgend jaar niet te voorspellen. De kans dat een scale-up een scale-up blijft, is nu eenmaal erg klein.

Wie de scale-ups en Gazellen van komend jaar worden, blijft dus spannend. Een beleidsfocus op snelle groeiers is weliswaar logisch, maar qua uitwerking nog niet zo gemakkelijk.

Immers, als je niet goed weet wie scale-ups zullen worden, is het moeilijk om ze te bereiken met beleid. Bovendien, hoewel scale-ups onderdeel zijn van de StartupDelta 2020-strategie, is een scale-up lang niet altijd het vervolg van een start-up. In het beleid moet Kamp de snelgroeiende bedrijven die geen start-up zijn niet vergeten.

 

insights-3

Startup branding

Eén van de uitdagingen voor startups is om hun eigen identiteit neer te zetten. In zijn laatste blogpost betoogt Andy Mosmans dat een goede branding echt niet alleen iets voor grote bedrijven is maar dat je daar als startup niet vroeg genoeg mee kunt beginnen.

Startup branding: een goed begin is het halve merk

Hoe kan branding helpen om meer startups uit te laten groeien tot een succesvol bedrijf? 

Startups zijn hotter dan ooit. En overal in het land worden nieuwe ondernemers en ondernemingen in de watten gelegd. Toch slagen nog onvoldoende startups erin duurzaam te groeien. Branding kan hierbij helpen door aan het begin van een onderneming een blueprint aan te reiken voor de verdere ontwikkeling: ‘branding as becoming’.

In tien jaar tijd is de cultuur in ons land omgeslagen van een plek met een ingedut ondernemingsklimaat naar een regio waar het bruist van ideeën en ondernemingszin.

Ook de infrastructuur waarin beginnende bedrijfjes goed gedijen is verbeterd. Diverse steden en regio’s, denk aan AmsterdamEindhovenRotterdam en Twente besteden steeds meer aandacht aan de vruchtbaarheid van hun startup ecosysteem. Ook op meer specifieke terreinen zijn er initiatieven, zoals bijvoorbeeld op het financiele vlak: Holland FinTech. Of PortXL op het vlak van havengerelateerde startups. Ook vanuit de wetenschap is er veel aandacht, zoals bijvoorbeeld het platform Startup Insights van de Universiteit van Utrecht of het Erasmus Centre for Entrepeneurship.

Toch is het niet zo dat het succespercentage van startups erg hoog is. Jaarlijks starten er ongeveer tweehonderd startups. Maar slecht 5 tot 10 procent daarvan groeit uit tot een succesvol bedrijf, aldus onderzoek van het Economisch Bureau van ING.

Tussen de 70 en 100 bedrijven blijven klein en 80 tot 120 ondernemingen worden binnen een paar jaar weer gestaakt.

Onvoldoende reputatie

Ook heeft Nederland internationaal nog onvoldoende reputatie als startup-hub, vandaar alle inspanningen van onder andere ook Neelie Kroes als ambassadeur van StartupDelta, het overheidsinitiatief om Nederland als startup-land te promoten. Dit gebrek aan zichtbaarheid belemmert vooralsnog de kansen voor startups om door te stoten naar de fase van snelle en duurzame groei. Initiatieven als Startupfest Europe ‘the biggest startup festival of the planet’ geven natuurlijk wel een enorme boost aan Nederland op dit vlak.

Te klein denken

Nederlandse startups denken echter op dit moment nog vaak te klein, aldus Sigrid Johannisse, directeur van StartupDelta in de Volkskrant. En om bij grote investeerders in het vizier te komen, moet je als beginnend bedrijf met name bewijzen dat je doorgroeipotentieel hebt. Denk aan inmiddels bewezen successen als Booking, Adyen, Blendle, Coolblue, Travelbird, Vandebron en TomTom. Maar ook bijvoorbeeld LINDA., cross mediamerk van 2016, past prima in dit rijtje. Of, nog een vrouwenmerk, Jillz, dat vanuit Heineken als startup is gegroeid en tegelijkertijd een nieuwe categorie, (appel) cider, heeft weten te ontwikkelen. Of wereldverbetermerk Tony’s Chocolonely.

Doorgroeipotentieel

Naast een goed product of dienst, enthousiasme en doorzettingsvermogen moet je als nieuwe ondernemer en onderneming om een duurzaam groeiende business te bouwen, zorgen dat je vernieuwing op een betekenisvolle (lees relevante) manier bekend wordt. Branding dus. Levensvatbaarheid en doorgroeipotentieel beginnen met een kiemkrachtig idee of ideaal, een merkconcept, dat als een blueprint, DNA, de verdere ontwikkeling van een start-up richting en betekenis kan geven. Zo heeft Coolblue haar Blauwdruk-document. Neem ook bijvoorbeeld het prachtige voorbeeld van Rituals, dat ook ooit begon als een startup (een spin-out van Unilever) en inmiddels onder de bezielende leiding van Raymond Cloosterman is uitgegroeid tot een internationaal zeer succesvolle formule met nog steeds het startup idee als uitgangspunt om: ‘alledaagse routines te transformeren in rituelen, bijzondere verwenmomenten’. Ook het verhaal van interior designer Eric Kuster toont goed aan hoe een sterk branding concept, in zijn geval dat van ‘Metropolitan Luxury’, een internationaal snel groeiende onderneming heeft weten aan te jagen, die inmiddels zijn persoon en toenmalige woonwinkel Binc in Laren ver overstijgt en diverse co-branding activiteiten (‘brand associations’) heeft weten te ontwikkelen met grote merken als Mercedes-Benz, Barletti en Borek. Ook is er het eigen magazine: Entourage. Mooi is ook het verhaal van WeTransfer, waarin een van de oprichters stelt: ‘there is nothing more powerful than our development of the reasoning and logic behind what makes WeTransfer…well, you know, WeTransfer.’

De onderneming als creatie

Ook de recent veel bejubelde Exponentiele Organisaties, ExO’s, denk aan Netflix, Tesla, Uber en Airbnb, tonen aan dat het vooral om een IDEE draait dat SCHAALBAAR is. Veelal passen ze ook bestaande technologie toe in plaats van op dat vlak disruptief te zijn.

Ook in het toenmalig revolutionaire boek De Levende Onderneming van Arie de Geus stond dit denken al centraal: levende, langdurig succesvolle ondernemingen kenmerken zich vooral door eigenheid die zich voortvarend ontwikkelt; door een identiteit die in beweging blijft via innovatie (identiteit en innovatie als yin en yang van duurzaam ondernemingssucces, zie ook mijn boek Ondernemingssucces en het boek Grow van Jim Stengel). De onderneming zelf staat als creatie centraal.

Branding: blueprinting business

Branding als ondernemingsactiviteit wordt nog te veel alleen voor met name grote organisaties als relevant gezien. Veelal wordt branding dan te veel, tactisch, als reclame/communicatie gezien: het uitgeven van veel geld ter promotie van bestaande producten, diensten en/of ondernemingen of het ontwikkelen van een leuke naam, logo en huisstijl.

Branding kan echter ook meer strategisch worden ingezet, waarbij het niet zozeer promoot en verbijzondert wat er al is, maar juist zorgdraagt voor de ontwikkeling en wording van wat er nog niet is.

Branding zorgt dan in alle dynamiek en verandering, ook vaak van teams en talenten, voor een gedeelde consistente inspiratie en visie op de ontwikkeling van de business. Branding als ‘creation’, als ‘becoming’, als ‘blueprinting‘!  Of zoals te lezen is op geekwire.com in The most overlooked element of your startup: the brand:

‘Brand strategy is an integral part of any company that has withstood the test of time and is equally valuable to early-stage startups. Products may change, teams will transition and audiences shift, however, what’s at the core of your brand can (and should) remain a constant force. Brand strategy makes the turbulent evolution of startups more manageable through consensus building amongst co-founders and by providing a rare far-sighted lens in an environment built on short-term actions.’

Inspirerend in dit licht was het gesprek dat ik ooit met Mexx oprichter Rattan Chadha had net voor de introductie van zijn nieuwe disruptieve hotelconcept CitizenM: de brand manual was als een blueprint al volledig in alle aspecten ontwikkeld, van de visie en missie, tot de business strategie en meer praktisch de visuele identiteit en communicatieprogramma’s. Het masterplan moest alleen nog geactiveerd worden, hetgeen nu in alle hevigheid werelwijd gebeurt.

Identity is destiny: voorbeelden

Van imago management naar identiteitsontwikkeling dus, want ‘identity is destiny’. We zouden ook over Future Perfect Positioning kunnen spreken, de bekwaamheid om een onderneming in de ‘toekomstig voltooide tijd’ te positioneren, of over de kunst ‘to narrate the new’: het nieuwe van een tot de verbeeldingsprekend waarom en verhaal voorzien, waarmee ons ‘geheugen van de toekomst’ wordt geladen. Annet Aris van Insead heeft het in het FD over ‘de motor van de missie’, het belang hiervan juist in tijden van digitale disruptie en bij het starten van een nieuw bedrijf of het lanceren van een nieuw idee en geeft de volgende voorbeelden: ‘Help create a world where you can belong anywhere’ van Airbnb, ‘Give people the power to share and makethe world more open and connected’ van Facebook, ‘Transportation like running water, everywhere for everyone’ van Uber en ‘Make it easy to do business anywhere’ van Alibaba.

Er zijn inmiddels heel wat voorbeelden waar ikzelf recent bij betrokken ben geweest. Neem bijvoorbeeld: Milgro. The Recircle Company dat i.p.v. te focussen op recycling, bedrijven helpt circulair te worden en ‘more return on resources’ te realiseren. Onder andere Tesla is er klant en het heeft net een internationale groei-investering gekregen van Innovation Quarter. Of Yuki, dat via Robotic Accounting, de samenwerking tussen ondernemer en accountant versterkt. En ook SkyNRG, een spin out van KLM, dat inmiddels de wereldleider is in het produceren en distribueren van duurzame vliegtuigbrandstof (bio kerosine) vanuit de missie om Future Friendly Flying mogelijk te maken. In het ecosysteem van het ‘netmerk’ SkyNRG staat co-creatie centraal met diverse luchtvaartmerken, grote corporates en NGO’s. En Tribes, dat onder de bezielende leiding van ex-Regus ceo Eduard Schaepman en geholpen door investeerders Marcel Boekhoorn en Lost Boys-oprichter Michiel Mol, in razend tempo een inspirererende keten van flexkantoren uit de grond stampt voor de nieuwe tribe van ‘Business Nomads’. En OneBizz, de smart business software die de beste business tools van Microsoft voor ondernemers combineert: ‘Goodbeye frustration. Hello inspiration!’.

Of neem Creative Group, dat de nieuwe generatie van Digital Natives helpt om ‘Always On’ te zijn, inmiddels is gestegen naar de 44e plaats van de Twinkle top 100 van grootste e-commerce bedrijven van Nederland en net een investering voor verdere internationale expansie heeft gekregen van Soestdijk Capital. En J. Guillem dat het gloednieuwe vanuit het bikers paradijs Mallorca opgerichtte fietsmerk is van Jan Willem Sintnicholaas, ooit ook de oprichter van de legendarische en succesvol aan Koga/Accell Group verkochtte Titanium Bike Company, Van Nicholas. J. Guillem staat voor de oerfiets beleving, zoals we die allemaal voor de eerste keer als klein kind hadden: zonder zijwieltjes! En zoals een ‘soulsurfer’ een wil worden met de golf, gaat het hier om het opgaan in de natuur, want ‘every ride is a rite’. Fietsen om het fietsen. J. Guillem. Gone riding…

Of veel minder ‘high tech’ maar juist wel heel ‘high touch’ het Bredase Smaakwarenhuis de Lage Landen dat de Laaglandse eetcultuur wil (her)ontdekken door lekker van dichtbij te leveren en inmiddels is uitgeroepen tot meest markante horecaondernemer van Brabant. Ook leuk en booming is WithLocals, de ‘Nederlandse Airbnb voor toeristen’, dat begrijpt dat de liefde van de mens door de maag gaat en op deze manier ‘culturen bij elkaar wil brengen’. En YOUBAHN – ‘The shortcut to student jobs’. Of WeParc – dat het parkeerprobleem in steden gaat oplossen, te beginnen in Amsterdam. Ook leuk is Circle of Life dat in de business is of ‘making progress, not furniture’. En een groot internationaal nieuw progressief initiatief ‘for better’ komt van Simon Anholt en heet The Good Country.

Boost your beginning!

Tot slot nog twee business to business voorbeelden. Allereerst BEEQUIP, een nieuwe ambitieuze onafhankelijke equipment finance specialist voor het MKB in Nederland en Europa, met zakenbank NIBC als strategisch partner. Door de samenwerking met ‘industry partners’ staat BEEQUIP midden in de wereld van het materieel. De gedachte staat centraal dat net als bijen in de natuur, de ondernemende adviseurs zorgdragen voor vitale kruisbestuiving op het vlak van equipment lease, vandaar: BEEQUIP. De business bestuivers!

En last but not least McNetiq, dat met zijn Controlock-uitvinding, de magische schone oneindige kracht van magneten, toepast voor verankering. Macht over magneetkracht dus: The Force is Yours! Genomineerd in de SproutChallenger50 lijst, voor de Accenture Innovation Award en bij NewVenture van McKinsey en het ministerie van Economische Zaken.

Waar voor grote succesvolle bedrijven vaak geldt dat meer dan de helft van hun waarde inmiddels bestaat uit merkwaarde, geldt voor nieuwe bedrijven dus: een goed begin is het halve merk. So brand your startup & boost your beginning!