Raspaarden en hindernissen

Politieke Junkies, dat te volgen is op npopolitiek.nl, is mijn favoriete actualiteitenprogramma. Marike Stellinga (NRC) is mijn favoriete economisch journalist, Mathijs Bouman (FD) is goede tweede. Lodewijk Asscher (PvdA) is sympathiek, maar nóg niet mijn favoriete minister.

In maart ging Marike Stellinga bij Politieke Junkies op geestige wijze in op Asschers hoopvolle Wet werk en zekerheid (Wwz), die op 1 juli 2015 is ingegaan, en de weerbarstige economische realiteit.

Asscher noemt de Wwz een ‘raspaard dat nog decennialang door onze arbeidsmarkt gaat huppelen’. De wet brengt de periode van tijdelijke arbeidscontracten terug naar twee jaar. Een volgende verlenging betekent automatisch een vast contract, terwijl het lastiger is geworden om personeel te ontslaan.

De wet maakt de arbeidsmarkt dus minder flexibel en dit belemmert ambitieuze techstart-ups, die vaak opereren in een dynamische en riskante markt. Ze moeten snel personeel kunnen aannemen, maar ook kunnen ontslaan bij een mismatch of koerswijziging. Start-ups hebben geen ruimte voor niet-functionerende of overbodige medewerkers.

Gevolgen
Na twee jaar moeten start-ups kiezen om óf flexibel te blijven, óf schaars talent vast te houden.

Daarnaast laten CBS-cijfers zien dat de Wwz de twee­deling op de arbeidsmarkt versterkt. Het aantal vaste banen in Nederland daalt al jaren. Na invoering van de wet lijkt het aantal vaste contracten voor middelbaar en hoogopgeleiden zich echter te stabiliseren, terwijl de daling voor lager opgeleiden onverminderd doorzet (zie kader).

Dit is eenvoudig te verklaren. Een opleiding geeft aan dat je bepaalde kennis en vaardigheden hebt. Hoogopgeleide mensen zijn hierdoor lastiger te vervangen, en krijgen daardoor eerder een vast contract. Mensen met een lage opleiding missen dit voordeel, en kunnen dus eerder aan het einde van de contractduur vervangen worden. De Wwz maakt hoogopgeleide ‘hipsters’ minder flexibel. En dat is precies het personeel waar start-ups het van moeten hebben.

De Wwz is daarmee dus hinderlijk voor start-ups. Na twee jaar moeten zij kiezen om óf flexibel te blijven, óf schaars talent vast te houden.

Ik ben voldoende politieke junkie om te weten dat Asscher — ondanks deze tweedeling — deze wet voorlopig niet gaat intrekken. Hopelijk wordt dit ‘huppelende raspaard’ aan de formatietafel ingeruild voor een degelijk werkpaard.

 

Het ideale start-up-zomerklasje

Hoe besteden start-ups in Nederland de zomer? Voor een deel bij start-upprogramma’s. Er zijn deze zomer zeker 15 plekken waar je als start-up met een goed idee terechtkunt (zie kaartje). Bij ons in Utrecht in de Dutch Game Garden (doorlopend inschrijven), de Summer Academy van de Hogeschool voor de Kunsten (deadline 19 juni) en de Climate KIC voor klimaat-gerelateerde business (voor 1 juli).

Deze programma’s krijgen vaak meer aanmeldingen dan er plek is. Daarom zijn verschillende experts druk met het selecteren van de juiste start-ups. Selectieprocedures bestaan uit een aantal rondes met online-aanmeldformulieren, businessplannen, online-interviews, pitches, bootcamps of ‘dragon’s dens’.

Tijdens die procedures letten de experts doorgaans expliciet of impliciet op ten minste drie dingen. Ten eerste natuurlijk de start-up zelf. Uit het beperkte onderzoek naar de selectie voor start-upprogramma’s blijkt men te letten op de markt, het team en de financiële prestaties van de start-up. Sommige programma’s letten bijvoorbeeld meer op het team, andere meer op de markt. Toch blijkt een gebalanceerde beoordeling van zowel team, markt als financiën tot de beste selectie te leiden en daarmee tot ­succesvoller programma.

Zomerklasje
Een goede selectie is bepalend voor het succes van je programma

Ten tweede wordt er rekening gehouden met wat de programma’s zelf te bieden hebben. Als mentor kun je het beste die start-ups selecteren waaraan je bijdrage potentieel het grootst is. Als de mentoren van het programma bijvoorbeeld met name goed zijn op het gebied van technologie en intellectueel eigendom, selecteer dan de start-ups die daarmee het meest geholpen zijn.

Tot slot gaat het ook om de combinatie van start-ups die in het programma bij elkaar worden gezet. Hiermee kun je het risico spreiden door ‘high risk, high gain’ te combineren met ‘low risk, low gain’-start-ups. Door start-ups bij elkaar te zetten in een ‘klasje’ kunnen ze bovendien van elkaar leren en elkaar motiveren. Onderzoek suggereert dat dit het beste gaat als ze voldoende op elkaar lijken, maar niet zo veel dat ze elkaars concurrent zijn.

Dit zijn de zaken waarover de experts hun hoofd breken, de komende weken. Voor de programmamanagers is dit een zeer spannende en cruciale fase. Een goede selectie is bepalend voor het succes van je programma. En het succes van deze groep start-ups is weer bepalend voor toekomstige aanmeldingen. Succes gewenst dus aan alle experts, en natuurlijk aan de start-ups die zich aanmelden.

insights-2

Vrije jongen durft wél onderuit te gaan

Ook al horen we liever de succesverhalen, start-ups mislukken behoorlijk vaak. Vooral innovatief en ambitieus ondernemerschap is erg risicovol en onzeker, terwijl juist dit type ondernemerschap het meeste kan opleveren voor de samenleving en de ondernemer.

In Nederland wordt verondersteld dat onze ondernemers bang zijn om te falen en niet genoeg risico durven te nemen. Terwijl in Amerika falen met je start-up juist een verdienste is, waaruit blijkt dat je het klappen van de zweep kent. Neelie Kroes verkondigt daarom regelmatig dat ondernemers ‘op hun bek moeten durven gaan’.

Zo’n aanmoediging klinkt goed, maar hoe zit het precies met deze angst om te falen?

In hoeverre je ‘op je bek durft te gaan’ hangt voor een belangrijk deel af van het land waarin je je bevindt. Collectieve culturen, dure faillissementstrajecten en een negatieve beeldvorming rond ondernemers die failliet gaan zorgen ervoor dat ondernemers minder bereid zijn om risico te nemen. Dit weerhoudt mensen ervan om een onderneming te starten, ook al zien ze goede kansen.

Bovendien zorgt zo’n cultuur ervoor dat, eenmaal gestart met een onderneming, ondernemers koste wat het kost zullen doorzetten met die onderneming, ook al zijn de resultaten op z’n best middelmatig. Opdoeken en je kostbare tijd aan een nieuwe start-up besteden is te lastig en leidt tot gezichtsverlies, terwijl dat vanuit het oogpunt van de ondernemer en de samenleving misschien wel beter zou zijn.

Maar naast het dominante idee dat angst om te falen negatief is voor ondernemerschap, blijkt dat het ook een positief effect kan hebben. Angst werkt namelijk activerend als dingen dreigen mis te gaan. Bijvoorbeeld de angst om je gezin tekort te doen kan ondernemers in positieve zin motiveren om te slagen.

Zijn we in Nederland echt zo bang om te falen? De Global Entrepreneurship Monitor houdt bij in hoeverre angst om te falen een beperkende factor is bij het starten van een onderneming. De data laten zien dat Nederland tot de minst angstige westerse landen behoort! Alleen in de VS, Slovenië en Finland is men onverschrokkener.

Dat Nederlandse ondernemers worden beperkt in hun ambities vanwege faalangst blijkt dus wel mee te vallen. Bovendien zijn een gezonde dosis spanning en een beetje angst helemaal niet zo erg.

Schermafbeelding 2016-06-02 om 12.15.07

Percentage van de volwassenen die aangeeft dat de angst om te falen hen weerhoudt van het starten van een bedrijf, ook al zien ze goede kansen. Bron: GEM

 

Verder lezen:

Entrepreneurship and the Stigma of Failure – World Bank

Fear of Failure and Entrepreneurship – Enterprise Research Centre

Kleintjes worden groot — en vals

Mijn favoriete stripheld is zonder twijfel Dagobert Duck. Ik vind het prachtig om te lezen hoe hij de opbrengsten van zijn goudmijn investeert in een lokale Canadese bank, en zo de grondslag legt voor het grootste zakenimperium ter wereld. Het levensverhaal van Oom Dagobert benadrukt dat hij — zeker in het begin — elke cent eerlijk en door hard werken verdiend heeft.

Veel start-ups beginnen ook met de droom eerlijk geld te verdienen, en soms zelfs met een visie voor een betere wereld — iets waar Dagobert wat minder mee bezig is. Starbucks veranderde koffie in een luxeproduct en bedrijven als Google en Facebook maakten de grote wereld een stuk kleiner. En de samen-leving verkeerde in jubelstemming toen Uber opkwam als alternatief voor de ‘oplichters’ in de taxibranche.

Gedurende zijn leven verandert Dagobert steeds meer in een norse wantrouwige eend, die belasting ontduikt (en voor de liefhebber: ontwijkt), maling heeft aan milieuregels en zijn familie uitbuit met een uurloontje van 30 cent.

Ook veel sympathieke start-ups verliezen hun onschuld naarmate ze groot worden. Uber hinderde opzettelijk zijn concurrenten door valse taxiritten te bestellen, Starbucks houdt er — samen met vele anderen — een dubieuze belastingmoraal op na, terwijl bedrijven als Google en Facebook systematisch onder vuur liggen vanwege privacy.

Recentelijk bleek dat Zenefits, de snelst groeiende start-up van Silicon Valley in 2015, gefraudeerd heeft met diploma’s voor verzekeringsagenten. En zo zijn er nog tal van andere verhalen. Het is blijkbaar niet eenvoudig om netjes zaken te doen in een hypercompetitieve markt, waarin je moet blijven groeien om je investeerders tevreden te houden.

Er zijn ook enige lichtpuntjes. Dagobert blijkt elke keer toch wel van zijn familie te houden en de koffie van Starbucks wordt ethisch geproduceerd. Google is niet alleen een uitstekende werkgever, maar schakelt ook steeds meer over op duurzame energie. Dit soort initiatieven zijn nodig om de sympathie van het publiek en overheden te behouden en bij te dragen aan een betere wereld. Sommige ondernemers gaan hierin heel ver. Mark Zuckerberg geeft veel van zijn geld weg. Althans: hij brengt dit onder in een investeringsfonds. Hij lijkt dus toch een beetje op de ouwe Dagobert Duck.

Land van de niet rijzende start-up

Sony, Toyota, Mitsubishi: het zijn ‘keiretsus’, oftewel conglomeraten uit Japan die tot de crisis van de jaren negentig de wereld verrijkten met hun nieuwste snufjes. Het ‘land van de rijzende zon’ gold als hét voorbeeld van een succesvolle kenniseconomie. De ­Japanse technologie-indicatoren zijn nog steeds uitstekend (zie onderstaand kader), maar de economie staat toch al twintig jaar stil en nieuwe snufjes komen tegenwoordig vooral uit Amerika.

Opvallend genoeg spelen start-ups in het Japanse innovatiesysteem bijna geen rol, terwijl dit ideale vehikels zijn om technologie naar de markt te brengen. Deze week bezoek ik met studenten Innovation Sciences bedrijven in Osaka en Kyoto. Wij hebben al een aantal factoren gezien die het gemis aan ­Japanse start-ups verklaren.

Ten eerste staat het land bol van tradities en sociale normen die minutieus gevolgd worden. Start-ups passen hier niet bij. Na je afstuderen stuur je als jong talent je handgeschreven cv naar tientallen, soms honderden grote bedrijven. Eenmaal aangenomen heb je niet alleen een baan voor het leven, maar ook een nieuwe familie, bestaande uit je baas en je collega’s. Met deze mensen breng je meer tijd door dan met je eigen gezin. Als je al een bedrijf start, dan doe je dat doorgaans na tien jaar werken. Voor deze nieuwe bedrijven is het erg lastig om talent aan te trekken.

Verder duldt de Japanse cultuur geen fouten. Mislukken betekent eeuwige schande: je carrière komt op een dood spoor. Start-ups zijn echter zeer riskant. Wij zien mislukking steeds vaker als een wijze les voor de toekomst. Niet in Japan dus…

Ten slotte is de taal een punt: Japanners spreken slecht Engels. Sommige start-ups zijn ‘big in Japan’, maar internationaal onzichtbaar.

Innovatie in Japan past beter bij conglomeraten dan bij start-ups. Er worden wel pogingen ondernomen om start-ups een plek te geven. In Osaka-Kyoto worden incubators en netwerken opgericht, vaak in samenwerking met conglomeraten die talent en marktkansen zoeken of bedreigingen willen anticiperen. De onderliggende tradities en sociale normen veranderen echter heel langzaam. Japan is voorlopig dus nog het land van de niet rijzende start-up.

Kerncijfers over innovatie en startups Nederland Japan Verenigde Staten
Inwoners 17 miljoen 127 miljoen 321 miljoen
R&D (als % BNP) 1.97 3.58 2.74
Aantal patenten 2294 265959 285096

Collegetour Innovatie

Wat mij van de College Tour vooral is bijgebleven, is het ogenschijnlijk gebrek aan begrip van innovatie bij presentator en publiek.

Twee maanden geleden was Daan Roosegaarde te gast bij het programma College Tour. Hij was tijdens de opnames, enkele dagen voor de uitzending, weggelopen, wat goeie marketing bleek voor zowel College Tour als voor Roosegaarde zelf.

Wat mij van de uitzending vooral is bijgebleven, is het ogenschijnlijk gebrek aan begrip van innovatie bij presentator en publiek. Voor mij is Roosegaarde namelijk in veel opzichten een innovatief ondernemer. Iets wat we in ons innovatieve start-upland belangrijk vinden. Toch?

Critici betwijfelen of Roosegaarde als kunstenaar en ontwerper wel autonoom is, omdat hij te veel zou interacteren met politici, koningshuis, wetenschappers en andere kunstenaars. Zijn reactie is dat je juist contact moet maken met je omgeving als je impact wilt hebben.

Deze reactie is volledig in lijn met de kennis over innovatie waarin concepten als ‘open innovatie’, ‘innovatiesystemen’ en ‘lead user innovation’ niet weg te denken zijn. Innovatie komt niet tot stand in een vacuüm. En dat deed menig innovatief bedrijf al in de jaren tachtig en negentig besluiten anderen bij hun innovatieproces te betrekken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het NatLab van Philips, dat van een intern gericht en gesloten faciliteit werd omgetoverd tot de open High Tech Campus.

Voor mij is Roosegaarde in veel opzichten een innovatief ondernemer. Iets wat we in ons innovatieve start-upland belangrijk vinden. Toch?

 

Daarnaast zou Roosegaarde ideeën van anderen stelen voor zijn eigen werk en gewin. Echter, sinds de eerste helft van de vorige eeuw is al bekend dat innovaties altijd bestaan uit nieuwe combinaties van bestaande kennis. Denk bijvoorbeeld aan de iPod van Apple, die een combinatie is van innovaties van anderen (zie kader hieronder). Of denk aan de elektrische auto. De kennis die hiervoor nodig is, is terug te leiden tot meneer Tesla himself. Toch lukt het het bedrijf Tesla nu pas de elektrische auto succesvol in de markt te zetten.

Natuurlijk moeten we de oorsprong van die ideeën niet vergeten, maar laten we mensen als Roosegaarde waarderen om hun innovativiteit. Innovatief ondernemerschap vergt het combineren van bestaande kennis in interactie met je omgeving. Dit is complex, risicovol en een vak apart. Als we innovatief ondernemerschap belangrijk vinden, moeten we de mensen die deze uitdaging aangaan belonen, in plaats van wantrouwen.

Schermafbeelding 2016-06-02 om 11.41.37

Defensie als bron van innovatie

2015 was wederom een recordjaar voor Israëlische start-ups. In totaal werd er voor $ 7,2 mrd aan fusies en overnames gepleegd: meer dan ooit tevoren. Het aantal succesvolle start-ups is opmerkelijk voor een land met slechts acht miljoen inwoners.

Er zijn verschillende verklaringen voor dit succes, zoals de nauwe band met de VS en het slimme overheidsbeleid. Daarnaast speelt het Israëlische leger een niet te onderschatten rol. Hoewel ik besef dat het Israëlische defensiebeleid controversieel is, vind ik het interessant hoe het leger innovatie en ondernemerschap stimuleert.

Tijdens de twee of drie jaar durende dienstplicht leren Israëlische jongeren te presteren onder druk, en leiding te geven aan kleine teams. Hiermee ontwikkelen ze ­vaardigheden die goed van pas komen wanneer ze een bedrijf oprichten.

De dienstplicht zorgt ook voor hechte netwerken. Veel ondernemers leren hun co-founder in het leger kennen. En ook bij het aannemen van personeel wordt sterk gekeken naar de ervaring in het leger. Een Israëlische ondernemer zei: ‘Wij vragen sollicitanten als eerste in welke unit ze hebben gediend. Als we dat weten, weten we meteen welke kwaliteiten ze hebben’.

Het meest gewild zijn ex-­leden van ‘Unit 8200’. Deze elite-eenheid van de Israëlische inlichtingendienst analyseert enorme hoeveelheden digitale communicatie. De praktijken van deze eenheid zijn omstreden, maar zij brengt uitstekende programmeurs en ondernemers voort. Veel Israëlische succesverhalen, zoals Check Point en Palo Alto Networks, zijn opgericht door voormalige Unit 8200-leden.

Naast algemene technische vaardigheden is het leger ook een bron van specifieke technologieën die de basis kunnen vormen voor innovatieve start-ups (zie kader). Mede door deze ‘kennis-spillovers’ uit het leger zijn Israëlische start-ups toonaangevend op het gebied van bijvoorbeeld drones en cyber security. Zo zijn er sterke geruchten dat de FBI een Israëlische start-up heeft ingeschakeld om de ‘San Bernardino iPhone’ van terrorist Rizwan Farook te kraken.

In Nederland horen we heel andere geluiden. Berichten over IT-systemen van defensie die op Windows XP draaien, wijzen er niet op dat ons leger een basis is voor innovatieve start-ups. Het lijkt me onwaarschijnlijk dat Nederland weer de dienstplicht invoert om meer start-ups te creëren, maar door meer in te zetten op innovatie kan defensie niet alleen ons land beter beschermen tegen ­cyber-aanvallen, maar ook het start-up-ecosysteem een duwtje in de rug geven.Militaire startups

Ondernemer, ben jij type A, B of C?

Veel regio’s in de wereld willen innovatieve ondernemers aantrekken. Soms gaat dit vanzelf, zoals in San Francisco, soms moet je meer je best doen. Zo geeft Chili gratis geld weg, en heeft Nederland het start-upvisum ingevoerd. Dit soort beleid behandelt ondernemers vooral als reizende nomaden met laptop. Maar volgens veel onderzoek blijven de meeste ondernemers gewoon thuis. Om deze tegenstelling te begrijpen, onderzocht ik met Fenna Cerutti 935 technologiestarters. Er kwam drie typen ondernemers naar voren.

Test hier wie je bent…

 

Diner

Familie…

A. is voor mij het allerbelangrijkste!

B. is op zijn tijd leuk

C. leidt mij af van mijn start-up

Eigen baas of groeien?

A. Ik heb nu geen geld nodig

B. Ik heb vooral startkapitaal nodig

C. Ik heb vooral groeikapitaal nodig

 

Start- of groeikapitaal?

A. Ik wil eigen baas zijn

B. Ik wil groeien

C. Ik wil wat goed is voor mijn start-up

Ik zoek personeel met…

A. zakelijke en technische kennis

B. zakelijke kennis

C. technische kennis

 

Café

Biertje vanavond?

A. Dan moet ik eerst een oppas regelen

B. Gezellig! Hoe laat?

C. Sorry, ik werk dan aan mijn start-up

Kies je vaak A? Jij bent een regio-koning (30% van de respondenten). Je vindt familie belangrijker dan je start-up. Je hebt personeel, maar hoeft niet groot te worden.

Kies je vaak B? Jij bent een netwerker (20%) die de wereld wil veroveren. Je bent teamplayer, houdt van koffietentjes en creativiteit, en blijft op reisafstand van familie en vrienden.

Kies je vaak C? Jij bent een toegewijde serieel (50%). Start-ups zijn voor jou alles en je wilt overal heen verhuizen voor je bedrijf. Je hebt weinig op met je woonplaats of hippe, creatieve regio’s. Gewoon is al gek genoeg! Je had eerder een bedrijf en weet wat nodig is voor succes. Zakelijk kom je er wel, maar cijfer jezelf niet te veel weg voor je start-up.

Beleid

type A blijft graag thuis, maar er zijn twee typen ‘nomaden’ waarop je beleid kunt maken. Type B laat zich ­lokken door creativiteit en goede ­koffie: het ‘Amsterdamse’ type. En type C gaat voor goede ­economische condities: het type ‘Eindhoven’.

Steve Jobs of no jobs?

Richard Branson, Mark Zuckerberg, Steve Jobs: het zijn allemaal succesvolle ondernemers die hun school nooit hebben afgemaakt. Succesvolle ‘drop-outs’, zogezegd. Ze zorgen ervoor dat menigeen denkt dat, om een succesvol ondernemer te worden, het beter is om je opleiding niet af te maken.

Marijn van Weele was al eerder kritisch op deze volkswijsheid. Maar laten we het idee niet meteen afserveren: tijd voor een tweede ronde.

Onlangs bezocht Bram Timmermans onze onderzoeksgroep met een nieuw onderzoek over de Deense arbeidsmarkt. Hij relateert twee negatieve gevolgen van het stoppen met je opleiding aan ondernemerschap.

Ten eerste beperkt het stoppen met je opleiding het opdoen van vaardigheden. Ten tweede geeft het niet afmaken van je opleiding het signaal dat je niet in staat bent zaken af te maken.

Beide gevolgen verkleinen de kans op succesvol ondernemen, waarbij je die vaardigheden en doorzettings­vermogen hard nodig hebt. Maar: de negatieve gevolgen van vroegtijdig schoolverlaten leiden tegelijk tot verminderde kansen op een betaalde baan, en dat maakt het ondernemerschap voor drop-outs weer aantrekkelijker.

Schermafbeelding 2016-04-25 om 14.53.02

 

Verder lezen: http://vbn.aau.dk/en/publications/steve-jobs-or-no-jobs-entrepreneurial-activity-and-performance-among-danish-college-dropouts-and-graduates.html

 

Incubators, pak ze wat harder aan

Als ik van mijn onderzoek naar start-ups en incubators één ding heb geleerd, dan is het wel dat de term ‘incubator’ volledig misplaatst is. Incubator betekent letterlijk couveuse. En zo wordt een incubator vaak gezien: als een beschermde omgeving waarin jonge bedrijven kunnen aansterken, totdat ze groot genoeg zijn om de boze buitenwereld te betreden.

Ik kwam er al snel achter dat dit beeld verkeerd is. Wanneer start-ups zo’n couveuse eenmaal verlaten, blijkt het vaak mis te gaan. Daarom kwam ik veel incubators tegen die precies het tegenovergestelde doen. Zij zetten de start-ups flink onder druk.

Amerikaanse incubators staan erg sceptisch tegenover het subsidiëren van start-ups. Volgens hen nemen subsidies de marktdruk weg die start-ups juist nodig hebben in hun zoektocht naar een product-market-fit. In de woorden van een incubator manager: ‘Als je ze in het begin te veel geld geeft, kunnen start-ups ideeën gaan uitwerken waar geen markt voor is.’

Deze incubators geven start-ups nét voldoende geld mee om het een paar maanden uit te houden. Daarmee worden de start-ups gedwongen om in contact te blijven met potentiële klanten en investeerders, en hun product voortdurend af te stemmen op de behoeften van de markt.

“Als start-up ontwikkel je muren, kaders rondom je idee. Het is onze taak om flink tegen die muren aan te trappen” Mentor, Amsterdam

De start-ups in een incubator houden elkaar nauwlettend in de gaten. Ondernemers spreken vaak over een ‘gezonde onderlinge concurrentie’, waarin start-ups elkaar inspireren en uitdagen om sneller te groeien en ambitieuzere doelen te stellen. Veel incubators moedigen deze onderlinge concurrentie aan, door start-ups te stimuleren om hun doelen en voortgang met elkaar te delen. Een ondernemer in Sydney formuleerde het zo: ‘De andere start-ups in de incubator staan ook niet stil. Ik wil niet de enige zijn die het straks niet lukt om een investeerder te overtuigen op demo day.’

De mentoren in de incubator zijn er niet alleen om het leven van start-ups gemakkelijker te maken door vragen te beantwoorden en netwerken open te stellen. Integendeel: bij de mentorsessies gaat het er vaak hard aan toe. Mentoren nemen start-ups kritisch onder de loep, en geven hun ongezouten mening.

Al met al is een ‘snelkookpan’ een treffender metafoor om de activiteiten van incubators te omschrijven. Een incubator moet de ontwikkeling van start-ups versnellen door een omgeving te bieden waarin start-ups continu worden uitgedaagd om het maximale uit zichzelf te halen.