Wanneer is het genoeg?

Met ‘ver-überisering’ als één van de kandidaten voor het Woord van afgelopen jaar, is ondernemerschap mainstream. Start-ups zijn hip en worden alom bejubeld in DWDD en op verjaardagen. We hebben dan ook hoge verwachtingen van start-ups: nieuwe generaties medicijnen of oplossingen voor klimaatverandering worden gecombineerd met een spectaculair rendement voor investeerders en veel nieuwe banen. In toenemende mate wordt het je gemakkelijk gemaakt om een bedrijf te starten en een leven als ondernemer wordt rooskleurig voorgesteld: wie wil nou niet een ingesufte sector ‘ver-überiseren’? Dankzij al die positieve aandacht voor ondernemerschap starten meer en meer mensen een bedrijf (zie grafiek).

Maar wat als we doorschieten? Kunnen er ook teveel ondernemers zijn?

Iemand kan maar op één plek tegelijk zijn, en als je aan het ondernemen bent, werk je doorgaans niet voor een baas. Ik kwam laatst iemand tegen die zijn goede, maar ietwat degelijke baan bij de overheid had opgezegd om zich op het startup-bestaan te storten. Hoewel hij een sympathiek idee heeft, verwacht hij noch ik dat het echt een groot succes gaat worden. Tien jaar geleden was het niet in hem op gekomen, maar nu drinkt hij café lattes in de Coffee Company en werkt hij in een co-working space. En voor hetzelfde geld gaat het binnen een paar maanden mis en heeft hij vooral z’n spaargeld verloren.

Vanuit macro-economisch perspectief kun je je afvragen of deze persoon niet beter als een productieve professional op de loonlijst van de overheid had kunnen blijven. Ook vooraanstaande wetenschappers zetten in toenemende mate vraagtekens bij veel beleid dat zich richt op zo veel mogelijk mensen aan het ondernemen te krijgen. Ten eerste heeft niet iedereen de capaciteiten die nodig zijn om te ondernemen. Verder zijn veruit de meeste nieuwe ondernemingen niet innovatief. Ze creëren niet veel banen en ze dragen weinig bij aan de economie. Slechts enkelen maken de hoge verwachtingen waar.

Ondernemers vormen een essentieel onderdeel van de economie. Maar hoeveel ondernemerschap hebben we precies nodig? Daarop is naar mijn weten nog geen bevredigend antwoord.

Wat ik wel weet, is dat het kritiekloos bejubelen en veel te rooskleurig voorstellen van de startup-wereld voor niemand goed is.

insights

 

Further reading:

Further watching:

DRUID15 DEBATE on ENTREPRENEURSHIP POLICY from DRUID on Vimeo.

 

 

 

Ondernemers zijn nog geen managers

Waarom zijn ondernemers meestal niet degenen die een bedrijf naar de top leiden? Voor een antwoord op deze vraag werden in een recent onderzoek ondernemers met managers vergeleken: met name hoe ze beslissingen nemen. Daaruit blijkt dat managers over het algemeen een weloverwogen beslissingsproces volgen. Ondernemers vertrouwen juist sterker op hun intuïtie (zie kader).

Je intuïtie volgen is zo gek nog niet als een onderneming net is gestart. Aangezien de meeste bedrijven failliet gaan, moet je als ondernemer wel een overoptimist zijn om aan zo’n avontuur te beginnen. En in de beginfase is er nog zoveel onzekerheid over de markt en de technologie dat het simpelweg niet mogelijk is om alle informatie te verzamelen die nodig is om tot een afgewogen beslissing te komen. Je intuïtie biedt dan efficiënte vuistregels om toch snel beslissingen te kunnen nemen. Je hebt ook helemaal geen tijd voor uitgebreide analyses. En als lichtvoetige start-up kun je je wel veroorloven om wat risico’s te nemen. Kortom: niet te veel nadenken en ervoor gáán!

Maar dan wordt de start-up volwassen. Inmiddels kun je goed inschatten waar je klanten behoefte aan hebben en hoe snel je de technologie kunt ontwikkelen. Je hebt zelfs consultants in dienst die een maandelijkse analyse maken. Daarnaast wordt de organisatie logger, wat het moeilijker maakt om verkeerde beslissingen terug te draaien. Op zo’n moment is het beter om alle informatie op tafel te krijgen voordat je beslist.

Het zijn de grote sleutelvragen: volg je je gevoel of kies je voor ratio? Experimenteren of plannen? Dergelijke uitersten zijn moeilijk te combineren in één persoon. Als ondernemer is het dus belangrijk om in te zien wanneer het tijd is om een manager erbij te halen. Of misschien denk je dat jij tot die minderheid behoort die wél de overgang van ondernemer naar manager kan maken. Je bent ten slotte een overoptimist!

 

Resultaten

● Intuïtie
Bij intuïtief redeneren maak je gebruik van ‘beslissingsheuristieken’: vuistregels die het beslissen versimpelen.Maar dat kan ook leiden tot denkfouten:

● Te snel generaliseren
Je doet een algemene uitspraak op basis van te weinig gegevens. Je eerste klanten waren tevreden over je product, dus zal de rest dat ook wel zijn.

● Levendigheid
Je wordt te veel beïnvloed door levendige voorbeelden. Steve Jobs maakte zijn studie nooit af, dus jij ook niet.

● Overoptimisme
Je overschat je kansen. 80% van de start-ups gaat failliet, maar jij voelt dat jouw bedrijf een succes wordt.

Zijn open ruimten goed of gevaarlijk?

Begin deze maand werd ‘X’ aangekondigd: een nieuwe ‘tech-hub’ in Amsterdam die ruimte moet bieden aan ruim honderd start-ups. Dergelijke ‘co-working spaces’ schieten als paddenstoelen uit de grond. Niet alleen in Nederland, maar ook daarbuiten. Maar is co-working eigenlijk wel goed voor een start-up? Tijdens mijn onderzoek hoorde ik verschillende standpunten.

In Australië was iedereen razend enthousiast over co-working. Het delen van kantoorruimte, apparatuur en diensten levert een flinke kostenbesparing op. Daarnaast stelt dit ondernemers in staat oplossingen te delen voor veelvoorkomende problemen. Het samenbrengen van start-ups geeft ook kritische massa: potentiële klanten of investeerders weten je sneller te vinden wanneer je je aansluit bij een bekende co-working space of incubator. Co-working is ook gezelliger en geeft legitimiteit in een land waar ondernemerschap nog geen algemeen geaccepteerde carrière is.

In Californië klonk een heel ander geluid. De succesvolste accelerator in Silicon Valley, Y Combinator, biedt geen gedeelde kantoorruimte. Co-working zou volgens Y Combinator zelfs ‘gevaarlijk’ zijn voor start-ups. Het wordt onmogelijk om een eigen identiteit en bedrijfscultuur op te bouwen als je als start-up altijd omringd wordt door anderen. Ook kunnen co-working spaces afleiden. Succes bereik je alleen door hard werken en niet, zoals iemand zei, ‘door gezellige gesprekken te voeren bij de koffieautomaat’. Ondernemers waren ook bezorgd over het beschermen van intellectueel eigendom in open ruimten.

De diverse standpunten kunnen deels worden verklaard door verschillen in ondernemingsklimaat. In Australië is het oprichten van een start-up niet zo vanzelfsprekend. Co-working spaces bieden dan ondersteuning en maken het makkelijker voor ondernemers om met elkaar in contact te komen. In Silicon Valley is ondernemerschap de norm, en zit een willekeurig café vol start-ups. De toegevoegde waarde van co-working is dan minder.

Wat betreft ondernemingsklimaat lijkt Nederland meer op Australië dan op Silicon Valley. Co-working spaces kunnen daarom een waardevolle toevoeging zijn aan het Nederlandse start-up-ecosysteem. Zolang ondernemers maar meer tijd doorbrengen achter hun laptop dan bij de koffieautomaat.

 

Voor meer informatie:

Incubators, maak uw succes meetbaar

Er zijn zeker zestig incubators en versnellingsprogramma’s in Nederland die start-upactiviteiten ondersteunen. Hun websites laten mooie cijfers zien, zoals het aantal start-ups, de opgehaalde financiering en gecreëerde banen (zie kader). Maar hoe meet je het succes van deze start-upprogramma’s eigenlijk? En welk start-upprogramma doet het nu het beste? Deze vragen blijken niet eenvoudig te beantwoorden.

Allereerst, hoe meet je succes? Dat hangt er sterk vanaf aan wie je het vraagt. Start-upondernemers zullen het succes van het programma baseren op wat het programma bijdraagt aan hun eigen start-up. Voor de mensen achter private programma’s is uiteindelijk de winstgevendheid van het programma van belang. Bij start-upprogramma’s van de universiteit is de bijdrage aan valorisatie en een ondernemend imago belangrijk. En bij programma’s waar de overheid meefinanciert, is de werkgelegenheid van belang.

Om een volledig beeld te schetsen van het succes van een start-upprogramma, heb je dus meerdere indicatoren nodig die passen bij de uiteenlopende belangen van betrokkenen.

Een andere vraag is, hoe was het allemaal gegaan zonder start-upprogramma’s? Waren de start-ups dan minder hard gegroeid? Het probleem is dat een vergelijking nauwelijks te maken is. De start-ups die worden toegelaten tot de programma’s zijn namelijk fundamenteel anders dan de start-ups die niet deelnemen. Met name veelbelovende start-ups worden geselecteerd. Als na een aantal maanden blijkt dat de deelnemende start-ups harder groeien dan niet-deelnemende start-ups, dan is de vraag: komt dat door de selectie of dankzij de ondersteuning?

Op deze vragen ontbreken tot nog toe dus goede antwoorden. De start-upprogramma’s hebben wel hun eigen cijfers, maar kunnen deze vaak niet goed vergelijken met die van andere programma’s. De meeste cijfers zijn niet openbaar en onvergelijkbaar.

Ik roep start-upprogramma’s daarom op rond de tafel te gaan zitten om het hierover te hebben. Met de juiste cijfers kunnen ze de wereld van de start-upprogramma’s in Nederland verbeteren en maximaal bijdragen aan het start-up-ecosysteem.

Further readings:

De rode draak groen maken vergt geduld

China! Het land van eeuwenoude tradities en cultuur. Het land van de Verboden Stad, wiens goudkleurige daken glinsteren onder de blauwe hemel van Peking. En het land van moderne architectuur in megasteden waar miljoenen mensen op elkaar wonen. Helaas kleurt smog de hemel van Peking steeds vaker geel in plaats van blauw, en de miljoenen inwoners lopen veelal met mondkapjes over straat. De CO2-uitstoot in China is de laatste tien jaar meer dan verdubbeld: daarmee is China de VS voorbij.

Gelukkig staan milieu, klimaat én ondernemerschap hoog op de Chinese politieke agenda. Kansen voor Nederland! Wij hebben immers ambitieuze cleantech-ondernemers die de wat smoezelig geworden rode draak een stevige poetsbeurt kunnen geven.

Maar toch, ondanks dat men in China Nederlandse bedrijven met open armen zegt te verwelkomen, zijn er nog weinig succesverhalen. Daarom onderzochten collega Henk Steinz en ik wat de barrières voor westerse cleantech start-ups zijn om de Chinese markt op te gaan. Hiervoor interviewden wij 43 stakeholders in China.

De interviews laten vele praktische obstakels zien, zoals ondoorzichtige regelgeving, slecht geïnformeerde of corrupte ambtenaren, weinig respect voor intellectuele eigendom of de moeilijkheid om kapitaal uit het land te krijgen. Maar het begrijpen van de eeuwenoude tradities en cultuur is misschien wel belangrijker. Chinezen investeren veel tijd in ‘guanxi’: netwerken en het opbouwen van vertrouwen. Dit heeft eindeloos veel etentjes, cadeautjes en drinkpartijen tot gevolg. Daar heb je als start-up vaak geen tijd voor. Wanneer je eindelijk een contract sluit, dan blijkt dit vaak eerder als richtlijn te gelden dan als juridisch bindend document. De markt is daar totaal anders dan je gewend bent. Kwantiteit lijkt belangrijker dan kwaliteit — behalve misschien bij babyvoeding — en het milieubewustzijn is laag. Ten slotte is het moeilijk om zelfstandig en initiatiefrijk personeel te vinden en te behouden.

Toch hebben onze start-ups ten opzichte van grote bedrijven één groot voordeel om de Chinese markt veroveren: zij kunnen zich snel aanpassen aan deze hyperdynamische markt en de onduidelijke wetgeving. Wel ontbreekt het hen vaak aan een lange adem en de juiste connecties. Daarom is het een goed idee om als start-up samen te werken met internationale grote bedrijven, de overheid en lokale partners. Tot slot is kennis over de mysterieuze tradities en cultuur een bittere noodzaak om de rode draak te vergroenen.

 

“Besparen op onderhoud en energie? Ik noem het niet eens meer… Ze willen alleen spul dat zichtbaar is.” Buitenlandse cleantech ondernemer in China

 

Paper China

Climate-KIC report China

Ondernemers blijven graag dicht bij huis

Stel: je bent een ambitieuze consultant met de opdracht om buitenlandse start-ups naar Nederland te lokken. Ondernemers zijn immers nomaden met een laptop, altijd op zoek naar de perfecte plek om prille ideeën tot commercieel wasdom te laten komen.

De kans is groot dat je een blik werpt op één van de vele ranglijsten die vertellen hoe aantrekkelijk een regio is voor start-ups. Silicon Valley en Tel Aviv scoren steevast topposities, maar ook Amsterdam staat erop. Je weet dat deze ranglijsten scherp in de gaten worden gehouden door internationale investeerders, beleidsmakers en start-ups. Een hoge notering is dus belangrijk!

De vraag is of een hoge notering ook leidt tot de komst van méér buitenlandse startups Daarom heb ik aan 935 startende technologieondernemers uit West-Europa en Noord-Amerika gevraagd om voor 18 bekende start-up-locaties aan te geven of men zou overwegen daar hun bedrijf te vestigen. De uitkomst is verrassend.

Ondernemers blijven het liefst op hun eigen continent. Europeanen kiezen vooral voor de bekende hotspots London en Berlijn. Amsterdam staat op plaats drie en de hoogste niet-Europese locatie is New York. Een extra analyse laat zien dat Europese ondernemers binnen het continent zo dicht mogelijk bij huis willen blijven. Amerikanen gaan als eerste voor New York. Start-upwalhalla Silicon Valley is op plaats drie te vinden, net na Boston. Amsterdam vind je op plaats 13 (van de 18). Verder maakt voor Amerikanen afstand binnen het continent weinig uit.

Ondanks topposities op de vele ranglijsten is Tel Aviv bij beide groepen het minst favoriet als vestigingsplaats. Blijkbaar slaagt de zelfbenoemde ‘Start-up Nation’ er niet in om een brede groep ondernemers aan te spreken.

Het beeld van de ondernemer als nomade klopt dus niet. Daarom heb ik twee tips voor je.

1.

Richt je vooral op start-ups uit omringende landen en niet op start-ups op andere continenten. Omdat men niet al te ver wil reizen moet Nederland bereikbaar blijven.

2.

Het aantal start-ups dat überhaupt naar Nederland zal komen is beperkt. Daarom moet Nederland ook sterk investeren in ondernemers van eigen bodem.

Hiermee draag je niet alleen bij aan werkgelegenheid en economische groei, maar ook aan een hogere notering op al die prachtige ranglijsten.

 

De beste pitch is een podcast over pitchen

Wandelend over West Pico Boulevard in San Francisco probeert de onervaren ondernemer Alex Blumberg ‘hot shot investor’ Chris Sacca ervan te overtuigen geld in zijn start-up te steken. Blumberg heeft zijn powerpoint voor niets meegenomen: hij moet zijn verhaal al wandelend doen, maar komt niet goed uit zijn woorden. Sacca reageert vriendelijk, maar is duidelijk niet onder de indruk. Hij draait de rollen om: Sacca pitcht Blumberg’s start-up, en doet dat pijnlijk veel beter dan Blumberg.

Deze scene speelt zich af in de eerste aflevering van de podcast-show ‘StartUp’, waarin we luisteren hoe Blumberg zijn podcast-startup opricht. Het is een autobiografisch, vermakelijk en goed verteld verhaal van hoe hij met vallen en opstaan verder ploetert. Een aanrader! Maar de investeerders blijven de eerste afleveringen terughoudend als hij zijn start-up pitcht. Hoe geef je eigenlijk een goede pitch aan investeerders?

Uit onderzoek naar meer dan honderd pitches in de tv-programma’s Dragon’s Den en Sharktank komen twee belangrijke factoren naar voren. De eerste is de mate waarin de ondernemer een logisch en coherent verhaal vertelt en de feiten kent. Bereid je dus goed voor.

De tweede factor is de legitimiteit van de pitchende ondernemer en zijn of haar startup. Deze legitimiteit ontstaat door het beslechten van een paradox. Aan de ene kant moet je onderscheidend zijn en de investeerder overtuigen dat jij en jouw idee van unieke klasse zijn om de klant te bedienen. Aan de andere kant moet je betrouwbaar en geloofwaardig overkomen, wat je juist doet door je te conformeren aan de norm. De uitdaging is om deze paradox op te lossen: wees onderscheidend en conformerend tegelijkertijd.

Voor Blumberg blijkt het uitbrengen van de podcast een gouden vondst. StartUp slaat niet alleen aan onder luisteraars, ook investeerders zijn ervan gecharmeerd. De show zit goed in elkaar, waarmee Blumberg toont dat hij weet waarover hij het heeft.

Bovendien laat het succes van de show zien dat deze legitiem is. Het bedrijf verkocht zichzelf en onder zowel investeerders als luisteraars haalde Blumberg uiteindelijk $ 1,5 miljoen op. De podcast is misschien wel de beste ‘pitch’ die je kunt geven.

Pitch verpesten

  • Je pitcht pakt slecht uit als je wordt geassocieerd met onderstaande types:
  • De meeloper: Linksom of rechtsom, je vind het eigenlijk allemaal wel best.
  • De robot: Dreun je presentatie mechanisch op uit het hoofd.
  • De autoverkoper: Overlaad de luisteraar met onaangenaam veel argumenten.
  • De bedelaar: Smeek om het geld als een hulpbehoevende.

Bron: Harvard Business Review, How to Pitch a Brilliant Idea

De ‘start-up nation’ levert weinig banen

Israël is momenteel een populaire bestemming voor beleidsmakers om inspiratie op te doen voor effectief start-upbeleid. Ook vanuit Nederland ging er in september nog een delegatie onder leiding van Henk Kamp naar het land.

Israël staat al jaren bovenaan de innovatieve start-upranglijsten (zie kader). Bedrijven als Apple, Microsoft, Google en Intel hebben hier allemaal een vestiging, voornamelijk om innovatieve start-ups te spotten. En met succes: dit jaar hebben bedrijven al voor meer dan $ 21 mrd aan overnames gedaan: een record.

Alleen, de resultaten van deze zelfbenoemde ‘start-up nation’ zijn niet onverdeeld positief. Van al die start-ups groeien er namelijk maar weinig uit tot grote bedrijven. Dit komt onder anderen doordat Israël een klein land is met een beperkte afzetmarkt.

Daarnaast hebben de succesverhalen van de afgelopen jaren geleid tot een cultuur waarin veel ondernemers meer gedreven worden door het maken van een snelle exit dan door het bouwen van een groot bedrijf.

Tot slot leiden de nauwe banden met buitenlandse investeerders en multinationals ertoe dat Israëlische start-ups steeds sneller worden overgenomen. Na zo’n overname blijft er meestal nog wel een team van ingenieurs en programmeurs achter in Israël, maar het grootste deel van de werkgelegenheid verhuist mee naar het buitenland.

Ondanks het groeiende start-up-ecosysteem is het aantal mensen dat werkzaam is in de high-techsector de afgelopen vijf jaar daardoor gedaald van 11 naar 9 procent. De Israëlische start-ups creëren dus vooral welvaart voor een kleine groep ondernemers, buitenlandse investeerders en technici.

Al met al kan de Nederlandse delegatie veel leren van het Israëlische succes. Maar Israël leert ons ook dat start-ups moeten opschalen voordat het de banenmachines worden waar beleids­makers zo naarstig naar op zoek zijn. Het stimuleren van R&D en venture capital moet worden gezien als een middel om start-ups daarbij te helpen, en niet als een doel op zich. Anders wordt ons land misschien wel een start-up nation, maar ook niet meer dan dat.

 

Israël

  • Israël besteedt 4,3% van haar BNP aan R&D: twee keer zoveel als Nederland.
  • De hoeveelheid venture capital per hoofd van de bevolking bedraagt $ 170, tien keer zo veel als in Nederland. 80% van het Israëlische venture capital komt uit het buitenland.
  • Start-ups worden in Israël sneller overgenomen dan in andere landen. In vijf jaar tijd is de gemiddelde leeftijd bij een overname gedaald van 8 naar 4 jaar..

 

Een land wordt niet rijk van R&D, maar van de producten die uit R&D voortkomen. En de producten die wij uitvinden, die worden in het buitenland geproduceerd en verkocht. Israel is selling its brains

Professor in Innovatie, Haifa

 

Wolven in schaapskleren?

Uber schudt de taximarkt op en Airbnb de hotelmarkt. In Nederland daagt Blendle uitgevers van kranten en tijdschriften uit door losse artikelen te verkopen. Start-ups vernieuwen zo traditionele bedrijfstakken.

Voor veel gevestigde bedrijven is radicaal innoveren niet gemakkelijk. Dat komt doordat ze gericht zijn op het exploiteren van gemaakte investeringen: je biedt niet snel losse artikelen online aan als je gewend bent het hele tijdschrift te verkopen. Innovatieve ideeën sneuvelen vaak onder de druk van interne belangen. Start-ups hebben daar geen last van en worden niet beïnvloed door een corporate bedrijfscultuur.

Om te profiteren van de innovatiekracht van startups reserveren grote bedrijven jaarlijks honderden miljoenen om te investeren in start-ups. Dit wordt onder andere gestoken in corporate incubation programma’s. Deze programma’s bieden start-ups financiering, publiciteit en businesscoaching.

Soms worden programma’s door één enkel bedrijf opgezet. Dit biedt controle over het proces en de uitkomsten. Vaker werken bedrijven samen met sectorgenoten, accelerators of venture capital partijen. Op deze manier hoeven ze niet alle kennis zelf te ontwikkelen en kunnen ze de risico’s delen.

Dit soort programma’s schieten als paddenstoelen uit de grond (zie kader) en de populariteit onder start-ups is groot. Toch zijn er ook risico’s, als gevolg van uiteenlopende belangen. Corporate incubation wordt door sommige bedrijven vooral gedaan voor het innovatieve imago. Waar de droom van de start-up is om de sector te transformeren, wil het bedrijf de situatie misschien in stand houden. Wat ook voorkomt is dat technologiebedrijven start-ups overnemen vanwege het programmeertalent, en niet voor de software van de startup.

Start-ups dienen dus een inschatting te maken van hoe hun belangen zich verhouden tot die van de partijen achter het programma. Als dat goed zit, kunnen ze een waardevolle bijdrage leveren en daadwerkelijk tot wederzijds voordeel leiden. Zo niet, dan kan de ogenschijnlijk uitgestoken hand een start-updroom later ook belemmeren.

 

Corporincubators

Renew the book is een initiatief van de uitgeefbranche. Het programma wordt georganiseerd met Rockstart en start deze week.

Ahold organiseert samen met Startupbootcamp een e-commerce programma. Het programma loopt bijna een maand en bevat 10 startups.

Ruim twee weken geleden werd De Brauw Legal Innovation Challenge gelanceerd, een prijsvraag voor juridische bedrijfsideeën.

De wantrepreneurs van Silicon Beach

In 2013 deed ik samen met Henk Steinz onderzoek naar start-upcommunities in Australië. Behalve dat de fonetische combinatie van ‘Henk and Frank’ tijdens gesprekken garant stond voor hilariteit, hoorden wij daar ook voor het eerst over de ‘wantrepreneur’. De eerste wetenschappelijke studie hierover moet nog worden geschreven, maar de Urban Dictionary definieert de wantrepreneur als: ‘iemand die nadenkt om een ondernemer te worden of een bedrijf te beginnen, maar er nooit aan begint’. Want staat hier dus voor wannabe.

Entrepreneurs en wantrepreneurs hoorden beiden tot de bloeiende start-upgemeenschap van ‘Silicon Beach’, ofwel Sydney. Bij de meeste entrepreneurs konden wij echter weinig enthousiasme bespeuren over hun immer twijfelende aspirantcollega ’s. Ze moesten ‘geen woorden, maar daden’ tonen. Daarnaast maakten wantrepreneurs het lastig om te netwerken op events met echte entrepreneurs. Tenslotte zou de wantrepreneur vooral de ‘coole life style’ van de entrepreneur willen leiden. Bij dat laatste kon ik mij weinig voorstellen, maar ik ben zelf dan ook geen entrepreneur.

Wij waren zo benieuwd naar de wantrepreneurs dat wij er enkelen interviewden. De eerste wantrepreneur wilde, ongehinderd door kennis over ruimtevaart, iets doen met ‘personal satellites’. Een idee dat overigens al langer bestaat. De tweede wantrepreneur was na zijn studie gaan nadenken over ondernemerschap. Daarbij liep hij rond bij een incubator: wie weet kwam hij nog een zakenpartner tegen. Hij leek ons ervan te willen overtuigen dat hij minstens evenveel over ondernemerschap wist als ieder ander.

Beiden heren hadden gemeen dat ze vrijwillig klusjes deden die de echte entrepreneurs nalieten. Ze organiseerden events, zoals workshops en netwerkborrels. Ze hielden in de gaten of alles netjes bleef, en brachten mensen met elkaar in contact. Daarmee leverden ze een belangrijke bijdrage aan de incubator. Een beperkte hoeveelheid wantrepreneurs kan dus zeker nuttig zijn. Die nacht kwamen Henk en ik na het uitgaan de tweede wantrepreneur tegen, vergezeld door twee fraaie dames. Toen begreep ik ook wat er bedoeld werd met de ‘coole life style’.

 

“Er zijn hier enkele geweldige gemeenschappen, zoals Silicon Beach. Je hebt er echt coole plekken om te chillen. Maar je komt misschien iets van 20% entrepreneurs tegen en 80% mensen die eraan denken om ondernemer te worden.”

Entrepreneur, Sydney